| Dana Becker |
|
Dana beschrijft op een heel persoonlijke manier stap voor stap wat er met haar en haar gezin gebeurde in de eerste 2,5 maanden na haar ongeluk. Alweer 2,5 maand geleden sloeg voor mij het noodlot toe. Tijdens een gezellige avond gourmetten met ouderwetse pannetjes wilde mijn man zijn stelletje bijvullen met spiritus. Nadat hij twee keer gecheckt had of het vlammetje dan toch echt uit was liet hij de fles zakken. Een hoge vlam sloeg uit het bakje en van schrik wendde hij de fles van zich af. Dit was zo'n slappe plastic fles, tot de rand toe nog gevuld. Door het gewicht en de geschrokken reactie kneep mijn man in de fles, waardoor er een hele douche van spiritus op mij afkwam en de vlam direct oversloeg. Ik sprong achteruit van mijn stoel af en vergat daarbij alle regels die je op school al leert over brandwonden. In plaats van mezelf op de grond te gooien en te rollen stond ik als een gek in mijn gezicht te wapperen om zo het vuur te doven. Blijkbaar stond iedereen om me heen te schreeuwen dat ik moest gaan liggen, maar op dat moment hoorde ik alleen het geknetter van de vlammen en de paniek in mijn hoofd. Uiteindelijk (en dit kan niet meer dan 20 seconden zijn geweest) heeft een vriend van ons mij hard getackeld waardoor ik op de grond viel. Hij en een andere vriend hebben hun shirts uitgetrokken en zo mijn gezicht, armen en torso gedoofd. Ik kan me het moment van het tackelen nog zo goed herinneren. Het duurde even (hoewel ook niet meer dan een paar seconden) voordat ze me doofden en ik weet nog heel goed dat ik dacht: Ja, en nu?? Gooi je me op de grond en dan laat je me alsnog in de steek?? Een hele rare gedachte natuurlijk, zo droog..
Ik stond op en zag mijn man met de sproeier van de keukenkraan staan die hij op me gericht hield (we hebben zo'n soort spoelkeuken kraan). Ik stond er te ver vanaf om wat te voelen, dus liep ik richting de wasbak. Ook dat gebeurde allemaal heel droog. Zo van oh ja, nu moet ik onder het water, he? Ik voelde die eerste halve minuut geen pijn. Wel een heel scherp stekend gevoel, maar geen echte hitte of bekende pijn. Ik draaide me om en vroeg of iemand een ambulance had gebeld, of ze wel doorhadden dat dit toch echt wel een ernstige situatie was. Pas op dat moment kwam een vriendin van mij die naast mij zat naar de wasbak met haar arm, die ook verbrand was. Ze vroeg of zij onder de douche moest als ik dan hier bij de wasbak zou blijven staan. Toen werd besloten dat ik dan maar onder de douche moest omdat ik er toch wel wat ernstiger aan toe was. Dit gebeurde natuurlijk heel kort en snel op elkaar, maar vanuit mijn beleving was het zo droog en gebeurde alles zo rustig en geregiseerd.. Mijn man zei dus dat ik er erger aan toe was en toen ging bij mij de knop langzaam om. Ik keek naar mijn armen waar de vellen aan hingen en de hitte begon goed door te dringen. Wat een vreselijke, helse pijn begon zich meester te maken! We liepen samen de trap op en mijn man zette de douche aan. Ik wist nog goed dat die niet te koud mocht en op dat moment riep een van onze vrienden datzelfde naar boven, hij had de alarmcentrale aan de telefoon. Kort zag in in de spiegel ook de vellen aan mijn gezicht hangen en de paniek sloeg nog harder toe. Mijn kinderen zouden me niet meer herkennen, ik zou de rest van mijn leven verminkt zijn, ik zou dood gaan!! Ik heb vreselijk staan gillen, mijn man gevraagd wat hij me aan had gedaan, iedereen die kwam kijken gevraagd hoe mijn gezicht eruit zag ("Het valt mee, het is alleen maar rood") en ik zag aan hun gezichten dat ook zij het ergste vreesden. De ambulance was er binnen 10 minuten en ondertussen was ik onder de douche. Ik vond de douche vreselijk. Ik voelde de vellen bewegen, kreeg geen adem meer, was bang dat de straal te hard was of te koud. Mijn spijkerbroek werd uitgedaan omdat die te zwaar werd en op mijn bovenbeen werd zo ook een brandwond zichtbaar, die zich onder de stof had gevormd, mijn broek is heel gebleven. Mijn man moest me steeds weer dwingen terug te gaan onder de straal terwijl ik hem uitschold, excuses aanbood, smeekte, woedend was, huilde, zei dat ik ondanks dat wel van hem hield.. De broeder was heel erg aardig. Hij noemde me meisje en maakte me heel snel rustig door te laten merken dat ze heel heel serieus namen en alle zorg op zich zouden nemen. Ik was opgelucht dat er opgeleide mensen om me heen waren en deed opeens wat er gezegd werd. Voorzichtig liep ik achter de broeder aan de trap af. Trillend van de adrenaline, schrik, angst en pijn. Ik had ondertussen steeds om mijn vader lopen roepen die bij ons in de straat woont en toen ik de deur uit ging stond hij bij de ambulance. Ik begon te huilen en vroeg hem ook hoe mijn gezicht eruit zag. "Och meisje wat is er gebeurd" was alles wat hij kon zeggen. Ik voelde me weer een kind, zo hulpeloos en zo vreselijk bang. Ik moest op de brancard gaan liggen waar de broeder eerst de tijd nam om de wonden te bekijken. Niets op mijn rug, niet in mijn haar, kun je nog goed ademhalen? Dat was gelukkig nog goed. Ook mijn ogen waren nog prima, die had ik strak dichtgehouden tijdens de brand. Hij ging rekenen: Gezicht verbrand: 9% armen verbrand: 9% Torso verbrand: 9% en een stukje van mijn bovenbeen. Zo kwamen ze uiteindelijk op 28% verbranding. Mijn shirt werd losgeknipt en mijn beha werd voorzichtig afgedaan. Beverwijk werd gebeld of ik direct daar heen kon en niet eerst naar de eerste hulp in Alkmaar hoefde. Gezien het hoge percentage mocht ik meteen naar Beverwijk. Koude doeken van een soort gaas werden op me gelegd. Eerst mijn gezicht, met twee gaten voor ogen, 1 voor mijn neus en 1 voor mijn mond. Het laatste wat ik zag waren mijn armen, waar nog altijd de rook vanaf kwam. Ik smeekte continue om narcose omdat de pijn zo ondraaglijk aan het worden was. Er werd in mijn arm een infuus aangelegd, omdat in de knik van mijn arm de huid nog deels heel was en nadat we waren vertrokken en ik helemaal in de koude doeken was gewikkeld viel ik gelukkig snel weg. Pas twee dagen later werd ik weer wakker. In Beverwijk aangekomen kwam een team van arsten en verpleegkundigen om me heen staan. Mijn man mocht er niet bij staan en de komende vier uur was het voor hem afwachten. Ook mijn vader was ondertussen aangekomen. Mijn moeder moest uit drenthe komen en was onderweg. Na die vier uur mochten ze bij me kijken. Ik was helemaal in verband ingepakt, infuus in mijn voet, aan de beademing en sonde. Mijn lichaamstemperatuur was nog maar 34 graden terwijl de kamer 33 graden was en ik lag helemaal te trillen. Bij zulke grote oppervlakte is het voor de patient vaak moeilijk zichzelf op te warmen. Ik heb daar zeker anderhalve dag over gedaan om weer 37 graden te zijn. Mijn gezicht was met flamicine ingesmeerd. Het was zo rood als een kreeft en glom van de zalf. Op dat moment zag het er wel eng uit, maar kregen mijn familie wel het idee dat het goed zou komen. De volgende dag echter was de zalf opgedroogd tot een dikke zwarte korst met pus en hield ik liters vocht vast. Mijn gezicht was zo erg opgezwollen dat mijn oren en nek bijna niet meer zichbaar waren. Dit waren de ergste tijden voor mijn familie, hier waren ze niet op voorbereid. Mijn vader meende een gaatje in mijn oor te zien en mijn man vrat zichzelf op van schuldgevoel. Op de derde dag werd ik wat vaker wakker en door met mijn ogen te knipperen terwijl mijn familie de letters van het alfabet opnoemde kon ik met ze communiceren. Het eerste wat ik zei was dat ik van ze hield. Ik dacht nog steeds dat ik dood zou gaan en wilde ze dat wel laten merken. Ik ben geen seconde bezorgd geweest om mijn kinderen. Tijdens het ongeluk lagen zij gelukkig te slapen en ik wist dat als mij iets zou overkomen zij liefdevol zouden worden opgevangen. Ik begon steeds meer helder mee te maken. De eerste verbandwissels die nog op mijn bed gebeurden met flessen water. Stijf van de morfine vond ik het allemaal wel grappig en interessant en vooral erg lieve verpleegsters. Ik kreeg tv op mijn kamer en er werden grappige dvd's voor me gebracht. Ik wilde alleen nog maar leuke films kijken, geen serieuze dingen, niet te veel over het ongeluk praten. Ik deed alsof het erg goed met me ging tegenover de visite en was alleen eerlijk tegen de verpleging. Mijn vreselijke nachtmerries, mijn constante flashbacks van het ongeluk, de afschuwelijke pijn en walging van mijn verminkte lichaam. Ik probeerde maar niet aan mijn gezicht te denken. Het was absoluut nog niet te zeggen hoe die eruit zou komen te zien. Ik durfde niets te hopen, maar ook niets te vrezen. Na ongeveer een week mocht ik van de intensive care box af en op de gewone zaal. Mijn vader kwam op bezoek en ik begon jeuk te krijgen aan mijn gezicht, want al die tijd zat diezelfde zalf op mijn gezicht. Ik haalde als in een reflex mijn dik ingepakte hand langs mijn voorhoofd en haalde zo een deel van de korsten van mijn voorhoofd af. We schrokken allebei van mijn actie, maar tot mijn vaders verbazing en vreugde kwam een mooie, knalroze huid te voorschijn. In extase vroeg ik om een spiegel en zag zo voor het eerst mijn gezicht. Het vocht was allang alweer verdwenen ( ik heb op het hoogtepunt 12 liter vastgehouden, ik plastte bijna de hele dag door, met gelukkig wel een catheter in) en we konden gelukkig concluderen dat mijn oren nog intact waren. Mijn gezicht leek dus de goede kant op te gaan dus begon ik voorzichtig mijn de enige twee vingertoppen die niet verbrand waren te pulken ( iets wat een nieuwe hobby van me is geworden ondertussen). Dikke proppen haar haalde ik uit mijn oren, waardoor ik iedereen weer goed kon verstaan en van de grote oppervlakten van mijn gezicht waren de korsten al snel weer weg. Alleen de randen rond mijn mond, kin, oren en neus duurden wat langer en daar bleef ik op aanraden van de arts ook maar vanaf omdat dat de geijkte plekken waren die bij een aangezichtsverbranding geopereerd moeten worden. Ik was natuurlijk verschrikkelijk opgelucht dat mijn gezicht weer mooi zou worden en durfde vanaf toen mijn emoties voorzichtig weer te laten komen. Ondertussen begonnen mijn borst, buik en bovenbeen heel goed te genezen en bleken dat allemaal redelijk oppervlakkig tweedegraads brandwonden te zijn die binnen een week waren genezen (op wat kleine plekjes na). Mijn armen daarentegen waren er veel erger aan toe. Ik had op de avond van het ongeluk een t-shirt met korte mouwen aan. Al snel werd duidelijk dat de binnenkant van mijn armen en mijn biceps derdegraads verbrand waren. De flamicine had hier geen effect, werd zelfs een beetje groen en de huid werd op sommige plekken eng bobbelig, net een grindtegel. Op andere plekken zat helemaal geen vel meer, maar een en al pus. Gek genoeg doen derdegraads brandwonden helemaal niet zeer. Alle zenuwen zijn weggebrand, dus ik heb van mijn armen nog het minste last gehad. Het meeste pijn had ik aan mijn nek en handen en plekjes als mijn lippen, wat het eten bemoeilijkten, mijn keel door de dikke slang van de sondevoeding, mijn hals omdat ik die het meeste bewoog. Dikke blaren zo groot als mijn hand zelf aan de binnenkant van mijn handen, diepe brandwonden op mijn handen die uiteindelijk huideilandjes vormden en na twee en een halve week gelukkig toch uit zichzelf genazen. Mijn nagels waren allemaal donkerbruin en er kwam lucht onder. Ik kon mijn huid bijna als een handschoen van mijn vingers en de binnenkant van mijn hand afstropen. Het is verwonderlijk, achteraf, hoe wetenschappelijk je zoiets gaat bekijken. Ik was er niet vies van of bang. Meer geïnteresseerd. tijdens verbandwissels moesten de verpleging vaak foto's van me maken, zodat ik aan visite kon laten zien hoe mijn armen er aan toe waren en ik vertelde dan ook in geuren en kleuren hoe dat er aan toe ging. De tweede week, of twee en een halve week verder begonnen mijn man en ik eindelijk goed te praten over het ongeluk en hebben we avonden aan elkaar gepraat en veel gehuild. Ik heb hem gelukkig alles vergeven. Het was een vreselijk ongeluk dat natuurlijk wel voorkomen had kunnen worden, maar wat net zo goed ieder ander had kunnen overkomen. Natuurlijk hoor je zo'n pannetje eigenlijk op het aanrecht bij te vullen, maar wie doet dat tegenwoordig nog. Als het 100 keer goed gaat... Het vlammetje was uit, daar was hij van overtuigd. Waarschijnlijk door het gaasje wat erin zit, dat zal nog heel heet geweest zijn. Wie zal het zeggen. Het was een ongeluk. Een afschuwelijk ongeluk. Maar we moeten nu verder. Het praten met mijn man was erg fijn. Eindelijk kon voor mij het geestelijke genezingsproces beginnen. Ik kon verdrietig zijn bij de visite (hoewel ik dat nog niet echt deed) en ik wilde mijn kinderen graag weer zien. De korsten waren grotendeels van mijn gezicht af en ik had inmiddels een dunne zondeslang in mijn neus. De dag dat de meiden kwamen had ik een sjaaltje om mijn nekbrace en wat make-up opgedaan. Met een grote glimlach begroette ik ze en ietwat ongemakkelijk kwamen ze bij me op bed zitten. Allebei keken ze me vreemd aan. Sofie was nog maar 9 maanden en anna 21 maanden.. Ik deed het bij hun af alsof mama iets geks aan het doen was. Wat heeft mama nou voor iets geks uit haar neus hangen? En haar haar is zo kort, he? Omdat ik zo luchtig en vrolijk deed konden ze al snel lachen en was het zelfs wel een beetje gezellig. Ze bleven maar kort en ik vond het afschuwelijk dat ze naar huis gingen zonder mij, maar ik was wel heel erg blij dat ik ze gezien had. In totaal zijn ze drie keer op bezoek geweest, waarvan één keer we zelfs even buiten in een parkje hadden gezeten. Het ging erg goed met ze en waren heel lief voor mij. Mama werd niet vergeten. Papa maakte bijna elke dag filmpjes van ze en had het heel de dag over mij. Sofie leerde ondertussen hoe ze zich moest optrekken aan de tafel. anna begon een beetje met praten. Ik was maar 4 weken weg, maar zo veel van ze gemist.. De derde week was mijn operatie. Ik wilde na de operatie de meiden niet meer op bezoek hebben. Ik zou ze niet meer vast kunnen houden en ze mochten voorlopig niet aan me zitten, dus voor hun zou het alleen maar erg verwarrend zijn en voor mij hartverscheurend. Ik concentreerde me op de operatie het herstel ervan. Mijn beide armen moesten gedaan worden. Er werd huid van mijn rechterbovenbeen gehaald en op de plekken getransplanteerd. Na een paar uur was de operatie alweer klaar en gelukkig geslaagd. De vijf dagen erna mocht het verband niet verwisseld worden. 's ochtends en 's avonds werd er betadine ingespoten voor infectiegevaar en ik kreeg dag en nacht spalken om, zodat ik mijn armen niet kon bewegen. Wat een hel was dat. Ik kon nog geen slokje nemen of een hapje van mijn boterham. Mijn pillen moesten in mijn mond gestopt worden, mijn kont moest door iemand afgeveegd en ook het tandenpoetsen werd voor me gedaan. De jeuk begon aan mijn nek, niet ik daardoor redelijk toegetakeld heb met mijn harde spalken. Slapen was al geen pretje, maar nu helemaal niet meer. Koude nachten omdat ik mijn deken niet op kon trekken, saaie avonden omdat ik net niet bij de afstandbediening kwam, niet meer kunnen bellen.. Ik werd gelukkig steeds bijdehanter. Belde de verpleging dan maar wat vaker voor zulke dingen, zette de telefoon op luidspreker en oefende net zolang tot ik mijn broek zelf omlaag kon duwen en mijn kont af kon vegen. De vijf dagen waren gelukkig redelijk snel om. Ik had al een tijdje geen sonde voeding meer en ik had een collega patient bij me op de kamer liggen die bizar genoeg exact hetzelfde ongeluk als ik had meegemaakt, maar dan een week later dan ik. Ook gourmetten, dezelfde verbrandingen. Alleen net een graatje erger dan ik, arme.. We hadden het best gezellig zo samen. Lekker flauwe films kijken, zij had daar gelukkig net zoveel behoefte aan en ze kon zich redelijk aan mij optrekken omdat ze aan mij kon zien hoe ze er een week later aan toe zou zijn. Na die vijf dagen mochten de nietjes uit mijn armen, dat waren er veel! Dit was gelukkig niet erg pijnlijk en zo kon ik eindelijk zien hoe mijn armen eruit zagen. Ik vond het verschrikkelijk. De donorhuid, zoals ze dat noemen, wordt opgerekt en als een soort rooster op je huid gelegd, die daarvoor helemaal kaalgestroopt is, tot het vlees, of in ieder geval tot ze gezonde huid of vlees tegenkomen. bloederige, korsterige, enge toestanden dus. De huid moest binnen tien dagen gehecht zijn, anders was de operatie niet geslaagd. Gelukkig gebeurde dit. Het genas razendsnel en op de dag van mijn ontslag (twee dagen eerder dag voorspeld) waren alleen nog maar mijn bovenarmen in het verband. Ik vond het er nog steeds afschuwelijk uitzien. De laatste wondjes, de korsten, de blaren.. Je wordt gewaarschuwd als je naar huis gaat. Je zal snel moe zijn, je conditie is weg, slecht slapen, angstdromen, verbandwissels door thuiszorg.. Ze kregen groot gelijk. Ik vond het helemaal niks toen ik eenmaal thuis was. Ik had nog even een kleine infectie opgelopen waardoor ik ook nog een verschrikkelijke diarree had, de meisjes waren heel erg druk (wat ze ook moeten zijn natuurlijk!!), het hele huis stond vol met bloemen van alle lieve vrienden en familie en zelfs van mensen die ik nooit gezien heb. Mijn man was vreselijk lief voor me en zorgde heel goed voor me. Ik voelde me schuldig, waarom wou ik niet thuis zijn?? Ik huilde de hele dag door, keek allemaal series op dvd, lag zeker een halve dag op bed en was blij toen de kinderen uiteindelijk na een aantal dagen weer eens naar de oppas gingen. Ik wou dat ze me weer in het ziekenhuis legden. De verbandwissels waren een ramp, de thuiszorg wist niet wat ze deed, ik kreeg elke dag weer iemand anders, durfde zelf niet goed te zeggen wat er anders moest. We hadden niet genoeg verbandspullen meegekregen, waardoor mijn man elke dag weer naar de apotheek kon rijden.. Na anderhalve week waren de wondjes nog niet dicht, sterker nog, op mijn onderarmen waren er weer zoveel wondjes open gegaan waardoor beide armen weer volledig in het verband zaten. Ik zag het allemaal niet meer zitten. Ondertussen begon mijn nek steeds meer te steken, je kon het echt geen jeuk meer noemen, zoveel pijn deed het. Ik had nachtmerries en kon niet meer slapen van de pijn en ongerustheid. De huisarts kwam om de dag om slaappillen en allerlei soorten pijnstillers uit te proberen. Niets hielp, totdat ze uiteindelijk met hele zware pijnstillers kwam, net geen morfine. eindelijk kon ik weer slapen en met die slaap kwam ook mijn energie weer langzaam terug. Nog een week later begonnen mijn armen wel goed dicht te gaan, waardoor die eindelijk niet meer in verband hoefden. Ik kreeg mijn eerste drukmouwen mee en ik kon eindelijk weer voorzichtig mijn kinderen optillen. Nog altijd was ik niks waard, ik kon echt nog niet voor mijn meiden zorgen, maar ik begon wel weer voorzichtig deel uit te maken van het gezin. Ik kwam 's ochtends weer ontbijten met de rest van het gezin. Bracht ze samen met mijn man naar bed waarbij hij het werk deed en ik als een gek ze stond af te leiden. Het werd weer gezellig en ook de kinderen begonnen dat te merken. De oudste was af en toe nog best boos op me. Ze snapte er natuurlijk niets van dat mama wel thuis was maar nog niets met haar deed. Ze wilde steeds dat ik haar op zou pakken maar dat deed ik maar niet. En meer van dat soort dingen. Echt hartverscheurend. Maar ik begon wel te beseffen dat dat snel anders zou zijn en dat ik dan alle tijd zou hebben om het goed te maken. Inmiddels is die tijd daar. Ik kan steeds meer, heb grotendeels mijn energie terug, de meisjes zijn weer helemaal blij met mama en ik ben zelfs weer een beetje aan het werk gegaan. We doen veel leuke dingen met het gezin. We zien nu in hoe makkelijk het allemaal voorbij kan zijn en hoe blij we moeten zijn met wat we hebben. Wat dat betreft is het ongeluk een zegen geweest, als gezin zijn we gelukkiger dan ooit. Geestelijk gaat het inmiddels ook heel goed met me. Ik heb het ongeluk redelijk goed verwerkt, ben niet zo heel erg bang meer voor warmte, kan ook serieuze programma's bekijken en durf mijn lichaam in het openbaar te laten zien. Afgelopen weekend waren we naar Center Parks en dat ging eigenlijk hartstikke goed. Ik pak mijn leven weer op. Ik wil in de toekomst wel iets doen met mijn verhaal. Voorlichtingen geven, misschien zelfs er voor zorgen dat spiritus niet meer in van die slappe flessen worden geleverd, maar in glazen flessen of met een smalle opening waardoor er niet zo makkelijk de vloeistof eruit kan gutsen. Ik geef Sire en de brandwonden stichting toestemming om mijn foto's te gebruiken. en wie weet kan ik met mijn verhaal wel een ongeluk voorkomen. Ik zoek wel nog contact met lotgenoten. Zeker door de hypertrofische littekens in mijn hals die zo zeer doen wil ik weten hoe andere mensen hier mee omgaan. Wat doen die ertegen, hoe lang duurt het nog? Dat ik wat minder mooi ben zit me niet zo heel erg dwars. Mijn gezicht is weinig veranderd en mijn haar groeit wel weer aan. De witte vlekken op mijn buik krijgen rond volgend jaar weer pigment en mijn armen zien er nu al een stuk beter uit dan ik had durven hopen. Nu mijn nek nog en de jeuk aan de armen mag eigenlijk ook wel weg. Maar verder... Gaat het eigenlijk best goed met mij. |